vluchtelingen gorinchem nederland

 

Vluchtelingen in Gorinchem

Burgemeester Melissant

Het Rijk sloeg vorig jaar met de vuist op tafel: Gorinchem moest 300 vluchtelingen op gaan vangen. Burgemeester Reinie Melissant reageerde op 14 december in eerste instantie geprikkeld. “Het feit dat er nu aan gemeenten aanwijzingen gegeven worden … toont het failliet van het huidige opvangsysteem aan.” Volgens haar wees de gemeente eerdere voorstellen van gemeenten om vluchtelingen in kleinschalige vorm geleidelijk op te vangen, af.

Melissant vervolgde: “We hebben recent vluchtelingen opgevangen en ook gezegd dat we kleinschalig structureel asielzoekers willen opvangen. Een gemeente die zich zo positief opstelt, zou geen aanwijzing moeten ontvangen.” Soms faal je, ook al probeer je. Soms krijg je een pak rammel, ook al ben je onschuldig. C’est la vie.

Vluchtelingen in Gorinchem

Twee dagen later liet Melissant weten dat de opvang gerealiseerd zou worden. “In onze stad hebben we al vaker vluchtelingen tijdelijk een thuis mogen bieden. Niet omdat het moest, maar omdat we dat zelf wilden. En zo doen we dat nu ook.” Twee dagen na haar commentaar op het Rijk heeft ze het nieuws overduidelijk een plekje kunnen geven. Haar toon is optimistischer: “Die aanwijzing die wij gekregen hebben, doet eigenlijk niet ter zake. Wij hadden ons al uitgesproken om asielzoekers op te vangen, en wij gaan dat dus ook doen. Samen. Met alle sterken in onze stad.”

‘Met alle sterken.’ En de zwakken dan? Wie zijn dat? Mensen met kritiek? Ik snap wel dat de “not in my backyard”-mentaliteit niet zoveel oplevert, maar dat is ook makkelijk om te zeggen, als het not jouw backyard betreft. (Fun fact: in haar eigen backyard zette Melissant liever nog een houtkachel neer, tot grote ergernis van haar buurman.) Afijn, het is belangrijk onze medemens bij te staan, dus op z’n Merkels zei Gorinchem: Irgendwie, irgendwo, irgendwann, wir schaffen das.

Op 30 december 2021 tweette ze:

Een tweet die enkele reacties ontlokte.

Op 29 december jongstleden klinkt het vanachter het mondkapje van een dankbare vluchteling die zijn bezittingen het oude belastingkantoor in draagt: “Thank you Holland, very very fijn!”

Stad van Tolerantie

In oktober 2021 zei Roy Grünewald medelijden te hebben met Ro van Doesburg. De wethouder beloofde eerder namelijk dat het voormalige belastingkantoor geen onderdak zou bieden aan vluchtelingen. Een interessante maar struisvogelachtige belofte. De titel van Roys column luidt: “Gorinchem is de stad van tolerantie, totdat er driehonderd vluchtelingen worden opgevangen.”

Het klopt dat Gorinchem in 2018 door de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) werd bestempeld als Stad van Tolerantie. De stad met 90 nationaliteiten, waarvan ongeveer 25% van de inwoners een migratieachtergrond heeft. We zijn ook nog eens een ware Regenboogstad. Het gejuich van de kinderen bij de onthulling van het bord met de koeienletters “Stad van Tolerantie” waren de symbolische strijdkreet van Melissant: de burgemeester die niet op oorlogspad ging, maar op tolerantiepad.

We barsten dus van de tolerantie. Warmhartig, sterk, gastvrij. Dat is Gorinchem. Zou haar buurman het daar ook mee eens zijn geweest, of zou de burgemeester hem voor straf (en ter rehabilitatie) nog even het Tolerantiepad op hebben gestuurd?

Geïnteresseerd in vluchtelingenkwesties? Bekijk hierboven het gesprek tussen Fred Delfgaauw en vluchteling Ray uit 2018.

Stad van Stank

Gelukkig is het hier nog niet zo gesteld als de situatie in Ter Apel, zoals het AD het op 22 oktober beschreef door middel van het treffende citaat: “Ja, echt, het stinkt.” Twee dagen daarvoor bezocht Ankie Broekers-Knol een opvangcentrum in het dorp. Zij raakte getraumatiseerd. “Dit kan gewoon niet.” Direct beloofde ze, als een bijna onvrijwillige stuiptrekking, 500 extra opvangplekken.

De “vluchteling” is een soort boeman geworden. Boeman voor ‘intolerante’ bewoners die hem het liefst meteen weer op de boot zetten (en dan bedoel ik niet het cruiseschip). Boeman voor burgervrezende burgemeesters die hem liefdesverklaringen toeroepen (“Samen heten wij de ontheemden welkom in onze stad”, aldus Melissant), maar hem intussen het liefst zo rap mogelijk wegmoffelen. Snel, snel, voordat de buurman het ziet.

Misschien is dat al lange tijd zo. Per slot van rekening schreef Bredero in de zeventiende eeuw in zijn toneelstuk ‘Spaanschen Brabander’ al over immigranten uit de Zuidelijke Nederlanden die vluchtten voor de wraak van Filips II. (Het speelde zich af in Amsterdam, dat indertijd ook een Stad van Stank te noemen was.) Daarin drijft hij de spot met zowel xenofobische Amsterdammers als de migranten zelf – hoewel je die lezing natuurlijk kunt bevechten – en verwerkt hij enkele standpunten van zijn tijd. Eén van de bekendste en meest kenmerkende citaten uit dit werk:

 

“Al sietmen de luy men kensse niet.”
(“Al ziet men de lui, men kent ze niet.”)

 

En die waarheid geldt nog steeds. Met betrekking tot andere Gorkummers, vluchtelingen én burgemeesters. Binnen alle groepen heb je “goeies” én “slechtes”, “sterken” en “zwakken”: het ligt er maar aan wat jij sterk of zwak vindt. Nogmaals: c’est la vie.

Een andere, misschien nog wel belangrijkere waarheid: Hoe dan ook schaffen wir das, met alle sterken én met alle zwakken, wie dat dan ook moge zijn.